>

‘Nederlandse ruimtevaart draagt bij aan een veilig, sterk en onafhankelijk Europa’

De Nederlandse krijgsmacht zorgt niet alleen te land, ter zee en in de lucht voor onze veiligheid. Ook in het ruimtedomein is ze volop actief, vertelt brigadegeneraal Lenny Hazelbag, directeur Strategie en Kennis bij het Ministerie van Defensie: ‘Het is indrukwekkend wat er op dit moment allemaal in het ruimtedomein gebeurt.’


Brigadegeneraal Lenny Hazelbag
Het ruimtedomein is – naast land, zee, lucht en cyber – het vijfde operationele domein. Wat maakt dit domein voor Defensie belangrijk?

'Bij Defensie kijken we naar de ruimte vanuit twee perspectieven. Ten eerste: de dreiging in en vanuit de ruimte. Naties kunnen satellietsignalen manipuleren, satellieten uit een baan tikken of zelfs wapens ontwikkelen voor gebruik in en vanuit de ruimte. Ruimteweer en ruimtepuin vallen ook onder deze dreiging, want die kunnen waardevolle infrastructuur in de ruimte beschadigen. Ten tweede: onze toegenomen afhankelijkheid van de ruimte-infrastructuur hier op aarde. We gebruiken satellieten voor nauwkeurige plaats- en tijdbepaling, communicatie, inlichtingen en vele andere toepassingen, zoals bijvoorbeeld het weerbericht. Onze maatschappij kan niet meer zonder de ruimte-infrastructuur die we hebben opgebouwd. Die infrastructuur moeten we, net als de infrastructuur hier op aarde, beschermen.'

Hoe speelt de Nederlandse krijgsmacht hierop in?
'Je ziet dat er een nieuwe ruimtewedloop ontstaat tussen de Verenigde Staten en China. Daar moet de Europese Unie op reageren en Nederland als lidstaat dus ook. De afgelopen jaren kreeg het ruimtedomein een prominente plaats in de Defensienota’s. Hierdoor kwamen middelen vrij om onze capaciteiten op te bouwen volgens de Defensie Ruimte Agenda, die we eerder hebben opgesteld. Er wordt flink in het ruimtedomein geïnvesteerd en dat zie je terug, ook in de naamgeving. We noemen de luchtmacht sinds 2025 het Commando Lucht- en Ruimtestrijdkrachten. Daaronder valt onder meer het Defence Space Security Centre, dat een steeds beter beeld oplevert van wat er in de ruimte allemaal gebeurt. Een van de activiteiten van het DSSC is het ontwikkelen van eigen satellieten, zoals de Brik II en PAMI, die in 2027 wordt gelanceerd. En in Europees verband werken we met het Galileo-programma aan veilige en nauwkeurige PNT: plaatsbepaling, navigatie en tijdsbepaling.'

De Europese Unie bouwt ook een eigen satellietcommunicatiesysteem: IRIS². Welk belang heeft de Nederlandse krijgsmacht bij dit systeem?
'Veilige communicatie is van groot belang voor militaire operaties. Je wilt hiervoor niet afhankelijk zijn van andere landen of commerciële partijen. Welke gevolgen dit kan hebben, zagen we toen Oekraïne ineens geen gebruik meer kon maken van de Starlink-satellieten van SpaceX. Nederland moet aanhaken bij deze Europese ontwikkeling, waarbij we ook zullen kijken naar dual use: hoe je infrastructuur in de ruimte, en alle kennis en ervaring die dit met zich meebrengt, kunt gebruiken voor zowel defensie als de burgermaatschappij.'

Hoe betrekt Defensie Nederlandse kennisinstellingen en de nationale ruimtevaartindustrie bij de ontwikkeling van beleid en innovatieve technologie?
'Op basis van onze operationele behoeften bouwen we samen met kennisinstellingen, zoals TNO en het NLR, en Nederlandse bedrijven aan een ecosysteem dat nieuwe capaciteiten kan ontwikkelen. De PAMI-satelliet is hier een goed voorbeeld van. Deze satelliet draagt bij aan onze inlichtingenbehoefte en wordt volledig in Nederland ontworpen en gebouwd.'

Welke veelbelovende innovatietrends ziet u in het ruimtedomein die voor Nederland relevant kunnen zijn?
'Wat er nu gebeurt op het gebied van communicatiesystemen vind ik echt heel indrukwekkend. Nederland ontwikkelt instrumenten voor lasersatellietcommunicatie. Die kunnen een lichtbundel projecteren op een spiegeltje van veertien centimeter doorsnee, op honderden of zelfs duizenden kilometers afstand. Stel je voor dat je met laserlicht een verbinding kunt leggen tussen twee bewegende platforms: een schip of een vliegtuig op aarde en een satelliet in de ruimte. Dat biedt enorme mogelijkheden voor beveiligde en moeilijk af te luisteren communicatie.'

De landmacht, luchtmacht en marine bestaan al even. Hoe zorgt Defensie voor voldoende kundig personeel in het relatief nieuwe ruimtedomein?
'We vliegen dat net zo aan als we eerder deden bij de ontwikkeling van het vierde domein: cyber. Eerst moet je zorgen dat je specialisten aanneemt en opleidt, met de mogelijkheid om door te groeien en carrière te maken. Daarnaast borgen we dat het ruimtedomein iets wordt van ons allemaal. Dat geldt voor commandanten van een brigade, squadron of fregat, die ontdekken welke mogelijkheden het ruimtedomein hen biedt. En het geldt voor onze mensen in Den Haag. Ook op het ministerie wil je dat directies nadenken over welke capaciteiten we nodig hebben in de ruimte. Daarbij is het van belang om goed aangesloten te zijn bij wat er in Europa gebeurt en waar de NAVO behoefte aan heeft. Zo voorkom je dat verschillende landen allemaal werken aan dezelfde capaciteiten.'

Waar staan we over tien jaar, als we kijken naar onze activiteiten in het ruimtedomein?
'Samen met Europa zijn we minder afhankelijk van andere spelers in de wereld als het gaat om het ruimtedomein. In de krijgsmacht zeggen we: wil je player zijn of het playing field? Als je het mij vraagt, zeg ik: een serieuze speler. Nederland kan niet alles alleen, daar zijn we te klein voor. Maar we hebben veel kennis en kunde en we ontwikkelen ons snel. Ook in het ruimtedomein kan Nederland een belangrijke bijdrage leveren aan een veilig, sterk en onafhankelijk Europa.'

Meer lezen?
Je leest dit interview in ons jaaroverzicht.