>

‘Investering in ruimtevaart versterkt Europa én Nederlandse economie’

'Een ambitieuzer nationaal ruimtevaartbeleid is noodzakelijk', zegt Sandor Gaastra, secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken. 'Met hoogstaande technologie kunnen wij een waardevolle bijdrage leveren aan een sterk, autonoom en veilig Europa en tegelijkertijd kansen verzilveren voor de Nederlandse economie.'


Welk ruimtevaartnieuws sprong er voor u uit in het jaar 2025?
Sandor Gaastra, secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken

‘Ten eerste: de kabinetsreactie op de Lange-termijn ruimtevaartagenda in februari. Hierin is te lezen dat ruimtevaart ontzettend belangrijk is voor onze samenleving en de opgaves waar Nederland en Europa voor staan. De LTR is het beleidskompas dat we met vijf ministeries hebben opgesteld en de hele rijksoverheid staat erachter; dit is het fundament waar we de komende jaren op voort kunnen bouwen. Ten tweede: het NSO Advies voor de driejaarlijkse ESA-ministersconferentie, die in november in Bremen werd gehouden. In dit advies staat de dringende oproep om het ruimtevaartbeleid steviger neer te zetten, zowel voor onze veiligheid als voor onze economie.’

Waarom is een ambitieuzer ruimtevaartbeleid juist nu van belang?
‘De geopolitieke verhoudingen in de wereld verschuiven. Voor onze kritische infrastructuur in de ruimte kunnen we niet afhankelijk zijn van grootmachten als de Verenigde Staten en China. Wil Europa op dit gebied strategisch autonoom zijn, dan moeten we onze eigen capaciteiten ontwikkelen. Dat doen we met het navigatiesysteem Galileo, met het aardobservatieprogramma Copernicus en met IRIS2, een satellietconstellatie voor onafhankelijke communicatie via de ruimte. Voor de lidstaten van ESA, dus ook voor Nederland, brengt dit economische kansen met zich mee. Door actief mee te doen aan de Europese ruimtevaart, kunnen Nederlandse bedrijven waardevolle kennis en technologie ontwikkelen. Het mes snijdt in die zin aan twee kanten.’

Hoe kan Nederland het beste bijdragen aan Europese autonomie in de ruimte?
‘Door zorgvuldig te kiezen aan welke missies en programma’s we bijdragen en daar gefocust economisch beleid op te voeren. In Nederland hebben we de Nationale Technologie Strategie, waarmee we inzetten op hoog productieve sectoren. Met het ruimtevaartbeleid kunnen we aansluiten bij de speerpunten in deze strategie. Dat zijn de dingen waar wij als land echt goed in zijn en die we economisch kunnen verzilveren. We moeten de volgende vragen stellen: welke accenten willen we leggen vanuit de ruimtevaart? Welke bedrijven en sectoren zitten daarachter? Hebben die voldoende positie? En zien we mogelijkheden tot uitbreiding? Kort en goed komt het hierop neer: probeer niet overal heel goed in te zijn, maar bouw voort op bestaande kennis en kunde.’

Kunt u een voorbeeld noemen?
‘Nederland is bij uitstek goed in optische technologie: alles wat te maken heeft met geleiding en het meten van licht. Deze technologie kun je gebruiken in aardobservatiesatellieten. Dat lieten we onder meer zien met het wereldwijd toonaangevende satellietinstrument Tropomi, dat de luchtkwaliteit meet. Maar je kunt het ook inzetten om instrumenten te ontwikkelen voor lasersatellietcommunicatie. Verder is Nederland van oudsher goed in zonnepanelen, onderdelen voor draagraketten en in toepassingen ontwikkelen, gebaseerd op satellietdata. Kortom, wij hebben kennis en kunde in huis waarmee we de Europese ruimtevaart kunnen versterken. Waar dan nog wel een uitdaging ligt, is in het budget. Tijdens de recente ministersconferentie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft Nederland incidenteel de inschrijving met € 109 miljoen kunnen verhogen naar € 453 miljoen. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat structureel en op de lange termijn onze financiële bijdrage aan de ESA nog niet past bij de ambities uit de Lange-termijn ruimtevaartagenda. Hier moet het volgende kabinet zich over buigen: moet er niet nog wat bij?’

De maatschappelijke baten van ruimtevaart zijn vaak indirect en moeilijk te meten. Hoe maak je als overheid dan heel concrete beleidskeuzes en investeringsbeslissingen?
‘Dit zie ik als een kernopgave van die nieuw opgerichte Interdepartementale Raad Ruimtevaartbeleid (IRR). Die bestaat uit alle departementen en instanties die werken aan ruimtevaart en elk de vertaalslag maken voor hun eigen domein. Eén voorbeeld: als je denkt aan een grotere productiviteit in de landbouw, denk je niet meteen aan ruimtevaart. Maar wil je grotere opbrengsten van gewassen, dan lukt dat niet zonder de satellieten van Copernicus. Hier ligt een communicatieopdracht voor de IRR, maar ook voor het NSO. We moeten duidelijk maken dat investeren in de Europese ruimtevaartinfrastructuur nodig is om hier op aarde maatschappelijke uitdagingen te kunnen oplossen.’

Is het vooral een kwestie van nieuwe satellieten bouwen en lanceren? Of hoeven we daar niet op te wachten?
‘Een van de missies in de Lange-termijn ruimtevaartagenda beschrijft hoe we de bestaande ruimtevaartinfrastructuur beter kunnen benutten. Er is op dit moment al heel veel data beschikbaar waar we als samenleving gebruik van kunnen maken. Daar zie ik ook een rol voor kunstmatige intelligentie. AI kan op basis van satellietdata modellen ontwikkelen waarmee we bijvoorbeeld overstromingsrisico’s veel beter in kaart kunnen brengen. En als ergens een crisissituatie is, kunnen we op basis van de meest recente satellietbeelden snel en adequaat reageren.’

Hoe ziet u de rol van het NSO de komende jaren veranderen, nu ruimtevaart een steeds urgenter thema wordt?
‘Samen met de andere ministeries hebben we ervoor gezorgd dat het NSO niet meer alleen op het operationele niveau verbonden is, maar juist ook strategisch. Dat is de grote meerwaarde van de IRR, waarbij ook de directeur van het NSO aan tafel zit. De ministeries kunnen mooie plannen maken. Daar zijn we ook goed in. Vervolgens moeten we een constante dialoog hebben met het NSO om te checken: is wat wij hier vragen ook uitvoerbaar? En wat krijgen we terug voor onze investeringen? Samen moeten we ons allemaal eigenaar voelen van het onderwerp ruimtevaart. Omdat het niet alléén onze economie raakt, maar heel veel verschillende onderdelen van onze maatschappij.’