TekstgrootteGroter Kleiner
Contact Sitemap Switch to English Abonneren Multimedia
Netherlands Space Office

Dijkmonitoring

Het is mogelijk om met behulp van satelliet radartechnologie de stabiliteit van waterkeringen met millimeter precisie te meten. Deze objectieve informatie is een significante aanvulling op de bestaande inspectiepraktijk, en kan leiden tot voortijdige risico identificatie, efficiëntere inzet van gedetailleerde inspectietechnieken, en beter begrip van het (stabiliteits)gedrag van de waterkeringen. Door het gebruik van de satellietwaarnemingen kan snel en frequent geheel Nederland worden overzien, waardoor deze oplossing zowel duurzaam als kosteneffectief is. 

Het bedrijf Hansje Brinker is een spin-off van de TU Delft. Zij neemt met beeldvormende radar de Nederlandse waterkeringen vanaf zo’n 800 km hoogte waar. Door interferometrische verwerking kan de deformatie van dijklichamen (of de afwezigheid daarvan) met millimeter precisie worden gemonitord. Doordat de radar dag en nacht kan meten, ook in bewolkte omstandigheden, kunnen in principe de beelden van elke satellietpassage worden gebruikt. Gemiddeld kan een satelliet een gebied elke 6 dagen vanuit verschillende hoeken waarnemen. Inmiddels is er bij Hansje Brinker een data archief met beelden vanaf 1992 opgebouwd, wat de unieke mogelijkheid geeft om een historische deformatieanalyse te doen, zonder dat vooraf meetpunten hoeven te worden geïnstalleerd. Behalve de mogelijke deformatie kan ook een oordeel worden gegeven over het optreden van structuurveranderingen op de waterkering.

Hondsbosche Zeewering, nabij Petten. In kleur wordt aangegeven wat de jaarlijkse deformatie is (mm/jaar) [Hansje Brinker]
Hondsbosche Zeewering, nabij Petten. In kleur wordt aangegeven wat de jaarlijkse deformatie is (mm/jaar) [Hansje Brinker]

[Bron tekst : Hansje Brinker]

Een extra informatiebron kan verkregen worden met metingen van vochtigheid en temperatuur van de dijken. Een voorbeeld hiervan vormen de metingen vanuit vliegtuigen door MIRAMAP. Meer hierover is hier te lezen. Ook met behulp van satellietdata van de SMOS-satellietmissie is dit mogelijk.