Fijnstof is een verzamelnaam voor allerlei kleine deeltjes in de lucht van verschillende grootte en verschillende samenstelling. Deeltjes worden onder de gemeenschappelijke noemer “particulate matter” (PM) ondergebracht. Particulate matter wordt ingedeeld in fracties volgens de grootte van de deeltjes. Deeltjes met een diameter kleiner dan 10 micrometer (PM10) kunnen door de mens worden ingeademd. Daarom wordt deze fractie van fijnstof meestal bemonsterd. Tegenwoordig houdt men ook rekening met PM2.5 of deeltjes met een diameter kleiner dan 2.5 micrometer, welke dieper in de ademhalingsboom geraken. Deze deeltjes zijn zo minuscuul dat de natuurlijke ‘vuilvangers’ in de neus-, mond- en keelholte ze niet tegenhouden. Daardoor kunnen ze bij het inademen diep in de luchtwegen terechtkomen en dat kan leiden tot allerlei gezondheidsklachten. Niet voor niets wordt fijnstof gezien als één van de meest schadelijke vormen van luchtverontreiniging.
Vooral het verkeer (40%), de industrie (23%) en de landbouw (20%) zijn bronnen van fijnstof. Fijnstof ontstaat als gevolg van verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld auto’s (vooral dieselmotoren), elektriciteitscentrales, industriële en particuliere stookinstallaties. Maar het kan ook een gevolg zijn van de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan en van slijtage van autobanden en wegen.
In Nederland worden de concentraties gemeten met een netwerk van meetpunten op leefniveau, het landelijke meetnet luchtkwaliteit (LML). Voor afgelegen gebieden zonder een uitgebreid grondnetwerk zijn vaak nauwelijks concentratiegegevens beschikbaar. Hier kunnen metingen vanuit de ruimte uitkomst bieden.
Satellietinstrumenten meten niet direct PM2.5, maar meten de zogenaamde Aerosol Optische Dikte (AOD), wat een optische maat is voor de hoeveelheid stof in de gehele atmosferische kolom boven een deel van het aardoppervlak. In Nederland is de relatie tussen AOD en PM2.5 is onderzocht op de meetlocatie Cabauw in de periode 2006 - 2007. In maanden met weinig bewolking correleren de AOD en PM2.5 metingen behoorlijk goed, met een lineaire correlatie van typisch R2=0.6. Satellietmetingen van de AOD zouden dus gebruikt kunnen worden als proxy voor variaties in de tijd van de PM2.5 concentratie.


PM2.5 concentraties op een typische dinsdag (boven) en zondag (onder) in Noord-Italiƫ gebaseerd op Terra/MODIS satellietgegevens. De kaarten zijn gemaakt binnen het GSE-promote project


