LIDAR staat voor Light Detection and Ranging. Laserpulsen (250 nm - 10 μm) worden uitgezonden, gereflecteerd en weer opgevangen. Het voordeel t.o.v. radar is dat de straal veel smaller is en dat veel natuurlijke materialen, zoals rotsen, veel beter reflecteren bij deze lagere golflengten. Veel gebruikte golflengten in de aardobservatie zijn 1064 nm (topografische toepassingen) en 532 nm (bathymetrie), respectievelijk in het infrarood-gedeelte en het zichtbare licht (groen).
ICESat
De Ice, Cloud and land Elevation Satellite (ICESat) is een voorbeeld van een LIDAR-systeem op een satelliet. Het GLAS-instrument aan boord van deze satelliet gebruikt zowel de 532 nm als de 1064 nm golflengtes voor het uitzenden van de laserpulsen. Hierdoor is het in staat om aerosolen te meten, alsook de topografie en de vegetatie. De belangrijkste toepassing is echter het opmeten van het ijs bij de polen. Hierdoor kan de massabalans van het poolijs (en dus het smelten van de poolkappen) in kaart worden gebracht. Een alternatief hiervoor is de massabalans uit gravitatie (GRACE-missie). Een combinatie van beide methoden levert cruciale informatie over het smelten van de poolkappen en de huidige klimaatverandering.

![Hoogten ijsmassa, rechtstreeks uit ICESat-metingen [NASA] Hoogten ijsmassa, rechtstreeks uit ICESat-metingen [NASA]](/images/cache/436x0-90-blobs_spaceplaza_images_icesat_antelevation-Hoogten_ijsmassa__rechtstreeks_uit_ICESat-metingen__NASA_.jpg)

