Gemeenten hebben eind juni uitleg gekregen over het gebruik van satellietgegevens bij het uitvoeren van hun taken. Satellietgegevens vormen een steeds belangrijkere bron van informatie, ze kunnen overheden helpen bepaalde taken beter, sneller of goedkoper uit te voeren. Aanleiding voor de workshop was de opening van het Satellietdataportaal (www.satellietdataportaal.nl) waarin de overheid satellietgegevens gratis ter beschikking stelt.

Radarmetingen vanuit de ruimte brengen bodemverzakkingen aan het licht in woonwijken (beeld: Hansje Brinker)De organisatie was in handen van het Netherlands Space Office in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Satellietgegevens verschaffen gemeenten nuttige informatie over bodemdaling, bodemstijging of vervorming, alles tot op de millimeter nauwkeurig. Verder kan gemakkelijk worden aangetoond of er iets is bijgebouwd of veranderd, zoals een extra vleugel aan een gebouw of een simpele dakkappel op een rijtjeshuis of juist een illegaal gekapte boom. Maar ook een extra buitenopslag op een bedrijfsterrein is waar te nemen. Met gebruik van satellietgegevens kunnen gemeenten softwarematig wijzigingen opsporen en ondersteunt een gemeenteambtenaar om gerichter huizen of gewijzigde plekken te bezoeken.
Mix
De gemeenten toonden veel interesse in de presentaties van bedrijven. Voor de meeste aanwezigen werd duidelijk dat satellietgegevens zich niet hoeven te beperken tot optische beelden. Integendeel, met een mix van de enorme hoeveelheid satellietdata is heel veel meer mogelijk. Ook radardata zijn beschikbaar, essentieel ten behoeve van onder meer bodemdaling. De beschikbare data zijn zogenoemde ruwe data, gespecialiseerde bedrijven zullen die nog moeten bewerken voor de speciale wensen van de eindgebruiker.
Het aantal gemeenten dat nu al gebruik maakt van satellietgegevens is nog beperkt, maar neemt wel toe, vooral omdat het gebruik kostenbesparend kan zijn of omdat satellietgegevens snel beschikbaar zijn. Bij overstap op het gebruik van satellietgegevens moeten de behoeftes duidelijk zijn. De geo-informatiedienstverlener moet zijn diensten en producten daarop aanpassen, soms is ook aanpassing van procedures nodig.
De reacties van de gemeenten op de workshop waren positief en afgesproken is dat het NSO en de VNG over enkele maanden een nieuwe workshop organiseren. De bedoeling is om dan een bredere uitnodiging uit te doen naar de verschillende afdelingen. Op die manier raken niet alleen de geo-informatie-coördinatoren, maar juist ook medewerkers bij afdelingen als civiele techniek en groenbeheer betrokken bij de mogelijkheden.






