Nederlandse prioriteiten op het gebied van Ruimtevaart
In 2008 heeft de Minister van Economische Zaken in een kamerbrief (10 november 2008 (24446 nr. 43), aangegeven wat de prioriteiten ten behoeve van de toenmalige ministersconferentie zouden zijn. Deze zijn nog steeds van toepassing.
Wetenschap
De drie destijds gekozen onderzoeksgebieden zijn nog steeds van toepassing.
Op de hieronder genoemde terreinen combineren we investeringen in innovatieve sensor- en detectorconcepten met de onderzoeksgebieden. Dat betekent dat we Prime Investigator (PI)-rollen (de wetenschapper die een leidende rol heeft in het project) zullen nastreven die zich bewegen binnen de gebieden:
- Astronomisch ruimteonderzoek, met name op het gebied van röntgen en infrarood/submillimeterastrofysica;
- Aardgericht ruimteonderzoek, in het bijzonder op het gebied van atmosfeer en vaste aarde;
- Planeetonderzoek, op de gebieden “condities voor leven” en vergelijkende planetologie.
Maatschappelijk gebruik
Binnen het Europese ruimtevaartbeleid heeft maatschappelijk gebruik van satellietgegevens een belangrijke plaats. De prioriteit die in het Europese beleid gegeven wordt aan Galileo en GMES geeft dit duidelijk aan. Nederland sluit zich daarbij aan waardoor het maatschappelijk gebruik, waaronder ook de vraag van de departementen bij ruimtevaarttoepassingen, in het beleid meer nadruk krijgt. Naast de door Nederland in GMES-kader benoemde prioriteiten op ‘atmosfeer en water’, zijn toepassingen op andere overheidsterreinen, zoals landbouw en mobiliteit, in ontwikkeling.
Infrastructuur
Destijds zijn er criteria ontwikkeld die aangeven hoe in Nederland ontwikkelde en beheerste technologieën bijdragen aan de realisering van het Europese ruimtevaartbeleid en hoe sterk deze technologieën scoren in de keten wetenschap-industrie-gebruik. Hieruit resulteert een rangschikking die is gebruikt bij het bepalen van onze technologische prioriteiten voor de komende jaren. Deze prioriteiten zijn gesteund door een gerichte inschrijving in ESA programma’s, via daarmee samenhangende initiatieven zoals TROPOMI. De ontwikkeling van hoogwaardige technologische producten is dynamisch, waardoor de rangschikking van technologieën in de tijd kan wijzigen. Op basis van de rangschikking liggen de huidige sterktes van Nederland op het domein van de infrastructuur op de volgende drie gebieden:
- Ten eerste heeft Nederland een excellente positie voor de bouw van wetenschappelijke instrumenten en dan meer in het bijzonder die instrumenten waarmee vanuit de ruimte de aarde en haar atmosfeer kunnen worden waargenomen of instrumenten die de geheimen van het heelal bestuderen. Voorbeelden van deze instrumenten zijn OMI en SCIAMACHY, maar ook HIFI valt in deze categorie. Het voorgestelde TROPOMI-instrument is bij uitstek een instrument waarmee we onze excellente positie ondersteunen en verder uitbouwen.
- De tweede technologiecategorie waar Nederland een goede positie heeft, bestaat uit een aantal producten en subsystemen voor satellieten. De Nederlandse industrie is succesvol als één van de drie Europese leveranciers van zonnepanelen. Daarnaast leveren we belangrijke onderdelen voor de standregeling en aandrijving van satellieten wanneer ze eenmaal in de ruimte zijn. Ook heeft onze industrie een bijzondere positie op het gebied van onderdelen als kleppen en drukopnemers.
- Het derde gebied waarop Nederland een goede positie heeft, zijn structuurdelen voor lanceervoertuigen, de basisdelen van de raket. Nederland ontwikkelt en bouwt voor de Ariane-5 het deel waarin de hoofdmotor is opgehangen. Ook is Nederlandse industrie de enige leverancier van ontstekers voor de hoofdmotor van de Ariane-5 raket en alle trappen van de nieuwe Vega raket. In de loop van de jaren zijn in Nederland ook technologieën ontwikkeld waarvoor inmiddels het perspectief om in Europees kader tot toepassing te komen – met name als gevolg van marktontwikkelingen – zeer beperkt is. Wij zullen nationaal of in ESA kader geen middelen meer inzetten op deze technologieën. Dit betreft meer in detail:
- Systemen ten behoeve van een zachte afdaling en landing (descent & landing
- Softwaresystemen voor het bewaken van het functioneren van satellieten en raketten
- Extreem hittebestendige materialen en constructies
- Vaste brandstof
- Softwareontwikkeling voor bewegingscontrole en simulatie



